Voorpagina
Homepage   Forum overzicht   Actieve onderwerpen   Webadvocaat   Immigratiehandboek   Handboek België-route   Questions and comments in English, Civic Integration Act (WIN)   Sección del foro para la gente hispanohablante   Donaties   Disclaimer   Contact   Help   Log in
Plaats nieuw bericht Plaats een reactie
Vorige onderwerp Email to a Friendprinter-vriendelijke versieLog in om uw privéberichten te bekijken Volgende onderwerp
Auteur Bericht
beheer
Webmaster
Webmaster



Geregistreerd op: 11-7-2002
Berichten: 2788


Partner:
blank.gif

  


Geplaatst: ma 17 okt, 2005 23:15 Plaats een reactie Reageer met een quoteNaar de onderkant van de paginaNaar de bovenkant van de pagina
Onderwerp: Bericht Geen vrijstelling van MVV-vereiste voor hier gehuwde asielzo

Geen vrijstelling van het MVV-vereiste voor hier gehuwde asielzoekers


Onderstaand een citaat uit het debat van 9 februari 2004 over het terugkeerbeleid:
Citaat:
Arno Visser (VVD): Indien een afgewezen asielzoeker een partner heeft in Nederland, zal deze terug moeten keren en volgens de reguliere procedure een MVV moeten aanvragen bij de Nederlandse ambassade in het land van herkomst. Daarna wordt de reis naar Nederland weer gemaakt. Kan de minister een uitzondering maken op het MVV-vereiste voor gevallen waarin het huwelijk plaatsvond, voordat de eenmalige regeling bekend werd? Je moet mensen niet zinloos op en neer laten reizen, alleen omdat zij administratieve handelingen moeten verrichten.

Minister Verdonk: Dat betekent dat degene die geen status heeft, moet terugkeren naar het land van herkomst, om daar een machtiging tot voorlopig verblijf aan te vragen. Daar wil ik meteen wat over zeggen, want op het moment dat dit alleen maar een administratieve handeling is, is het zo dat wij voor deze groep- dit betreft de 26.000 mensen die nog onder de oude Vreemdelingenwet zijn binnengestroomd- het MVV-vereiste niet zullen tegenwerpen , zoals dat dan zo mooi heet.

Klaas de Vries (PvdA): Dus dan wordt men niet teruggestuurd naar het land van herkomst om een aanvraag te doen, maar kan men hier blijven?

Minister Verdonk: Ja, dan kan men hier die aanvraag doen. De procedure moet wel doorlopen worden, maar men hoeft niet daarheen om de administratie te regelen en dan weer terug te komen.


Naar aanleiding van deze toezeggingen van minister Verdonk stellen Dhr. Visser(VVD) en Dhr.Van der Staaij(SGP) kamervragen aan van minister Verdonk.
Hierin spreekt men duidelijk over gezinsvorming!
Citaat:
Datum 14 mei 2004
(2030411040)
Antwoorden van de Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie op de vragen van de leden Van der Staaij (SGP) en Visser (VVD) over het beleid inzake huwelijkssluiting tussen Nederlandse staatsburger en asielzoeker van wie de asielaanvraag nog in behandeling is.

Vraag 2
Beschikt u over cijfers waaruit blijkt hoeveel uitgeprocedeerde, maar inmiddels in Nederland gehuwde asielzoekers uit de groep van 26.000 personen voor het verkrijgen van een machtiging tot voorlopig verblijf (MVV), teneinde een reguliere verblijfsvergunning met het oog op gezinsvorming aan te kunnen vragen, terug zouden moeten naar het land van herkomst?

Antwoord vraag 2

Neen, de gevraagde cijfers zijn niet beschikbaar.

Allereerst geldt dat de bedoelde populatie van 26.000 personen een in samenstelling dynamische populatie is, waarvan niet op dit moment met zekerheid is vast te stellen uit welke vreemdelingen deze exact zal bestaan.

Ook als de vraag wordt beperkt tot de deelverzameling van vreemdelingen die inmiddels uitgeprocedeerd zijn, geldt dat in de geautomatiseerde systemen niet wordt geregistreerd in hoeverre deze vreemdelingen al dan niet in aanmerking zouden kunnen komen voor een verblijfsvergunning wegens gezinsvorming.

De gevraagde informatie is daarmee uitsluitend door uitgebreid onderzoek van alle mogelijk betrokken individuele dossiers te vergaren.

Vraag 3
Hoe staat het met de uitvoering vanuw toezegging, gedaan tijdens het overleg over de Terugkeernota op 9 februari 2004, dat het MVV-vereiste niet zal worden tegengeworpen aan asielzoekers als bedoeld onder vraag 2 uit de groep van 26.000 personen die nog onder de oude Vreemdelingenwet zijn binnengestroomd, mits aan de gestelde eisen wordt voldaan?

Antwoord vraag 3
Over de uitvoering van deze toezegging zal ik Uw Kamer op korte termijn afzonderlijk informeren. Momenteel wordt door de Immigratie- en Naturalisatiedienst daartoe een formele beleidsregel opgesteld.

Bron:parlando

Inmiddels heeft Doortje [Nederlandse gehuwd met uitgeprocedeerd asielzoeker,samen een kindje] een mailwisseling gehad met Dhr.Visser(VVD):
Citaat:
Dit mailde Arno Visser (VVD) me op 21 mei 2001:

Binnenkort spreken we met de minister verder over ondermeer het MVV-vereiste. Ze inmiddels de kamervragen beanwoord, en aangekondigd met meer informatie te komen. Dat moet wel snel gebeuren.
Voor de zekerheid wil ik u er wel op wijzen dat vrijstelling van de MVV-vereiste niet betekent dat de inhoudelijke criteria voor gezinsvorming niet zullen gelden. Het betekent dat de MVV niet in eigen land hoeft te worden gehaald. Mijn vragen aan de minister gingen over het nodeloos op en neer reizen ten behoeve van een administratieve procedure. Maar de inhoud blijft natuurlijk wel staan. Voor alle Nederlanders gelden dezelfde eisen met betrekking tot huwelijksmigratie.

Ook Dhr.Visser gaat er dus nog steeds vanuit dat de toezegging voor gezinsvorming gaat gelden...

In onderstaand citaat uit een debat blijkt dat de beleidsregel eraan komt en heeft de minister het nogmaals over 'De indertijd door de mij gedane toezegging'....vrijstelling van het MVV-vereiste dus voor degene die onder gezinsvorming vallen.

Citaat:
29344, nr. 29 27 juli 2004
De heer Visser:Ik heb eerder samen met de heer Van der Staaij vragen
gesteld over de MVV-beleidsregel. (Machtiging Voorlopig Verblijf) Hoe
staat het met deze beleidsregel?

Dhr.van der Staaij:De heer Visser sprak over het MVV-vereiste dat
voor gehuwde asielzoekers niet negatief mag worden gebruikt. Op door
collega Visser en mevrouw Huizinga gestelde vragen hierover kwam op
17 mei het volgende antwoord:over de uitvoering van deze toezegging zal
de minister de Kamer op korte termijn afzonderlijk informeren, momenteel
wordt door het IND daartoe een formele beleidsregel opgesteld.
Is die
beleidsregel al opgesteld en wat is de inhoud daarvan? Zo neen, hoe heeft
de IND dan tussen 9 februari en heden in bedoelde gevallen gehandeld? Is
de toezegging ook richtlijn geweest bij de beslissing terzake?

Minister Verdonk:Men is doende de zaken rondom de MVV-vereisten
te operationaliseren. De indertijd door de mij gedane toezegging
is inmiddels in de beleidsregel uitgewerkt.
Overigens wordt deze toezegging
al uitgevoerd. De beleidsregel wordt deze week ter publicatie aan de
Staatscourant aangeboden.


Tot ieders verbazing wordt de beleidsregel nog dezelfde dag gepubliceerd in de Staatscourant.
Ook tot nog meer verbazing leidt het feit dat de toegezegde beleidsregel alleen geldt voor gezinshereniging,terwijl men
al die maanden heeft gepraat over gezinsvorming!
En al die tijd heeft de minister hier met geen woord over gerept!

Citaat:
Wijziging Vreemdelingencirculaire 2000
Een van de categorieën waarvoor vrijstelling van het MVV-vereiste in ieder geval geldt op grond van art. 3.71 lid 4 Vreemdelingenbesluit, is de groep vreemdelingen die valt onder de toezegging van de Minister gedaan tijdens het terugkeerdebat van 9 februari 2004 dat het MVV- vereiste niet zal worden tegengeworpen aan de vreemdelingen die voldoen aan de onderstaande criteria:

1. de vreemdeling heeft voor 1 april 2001 een aanvraag ingediend voor toelating als vluchteling
2. de vreemdeling beoogt gezinshereniging (geen gezinsvorming) met een vreemdeling die hier ter lande verblijft op grond van een verblijfsvergunning regulier dan wel asiel of met een Nederlander;
3. de vreemdeling voldoet, behoudens het MVV-vereiste, aan alle voorwaarden en voorschriften voor de verlening van een verblijfsvergunning, zoals vermeld in B2.

<knip>

Artikel II
Dit besluit zal (met de toelichting) in de Staatscourant worden geplaatst en treedt in werking met ingang van de
tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin het is geplaatst.

Artikelsgewijze toelichting bij wijziging
2004/39
B1/2.2.1
In het algemeen overleg naar aanleiding van de Terugkeernotitie van de Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie op 9 februari 2004 heeft de Minister aangegeven dat het uitgangspunt is dat gezinnen niet gescheiden zullen worden verwijderd.
Dit wil zeggen dat als bijvoorbeeld de man is uitgeprocedeerd
en de vrouw en kinderen nog in procedure zitten, de man niet uitgezet zal worden totdat er een beslissing is genomen op de aanvraag van de vrouw en kinderen.

Indien de aanvraag van de vrouw en kinderen ook wordt afgewezen, dan kan het gezin gezamenlijk Nederland verlaten. In geval zijn vrouw en kinderen alsnog een status krijgen, dan kan de man een aanvraag indienen tot gezinshereniging. Dit zou formeel gezien betekenen dat hij dient terug te keren naar zijn land van herkomst om een MVV aan te vragen teneinde daarmee in te reizen in Nederland om een aanvraag voor zijn verblijfsvergunning in te dienen.

Tijdens het terugkeerdebat in de Tweede Kamer heeft de Minister echter toegezegd dat in deze gevallen het MVV-vereiste niet zal worden tegengeworpen.
Indien het een van de 26.000 personen betreft, al dan niet uitgeprocedeerd, die nog onder de oude Vreemdelingenwet zijn ingestroomd en een verzoek om toelating als vluchteling hebben ingediend en waar het MVV-vereiste nog slechts een administratieve handeling betreft.

Rijswijk, 18 juni 2004.
De Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie,
namens deze,het hoofd van de Immigratie- en Naturalisatiedienst,
P.W.A. Veld.

bron:parlando

Nu er geen beleidsregel is voor degene die vallen onder gezinsvorming dient de SGP en de VVD een motie in om de beleidsregel uit te breiden naar gezinsvorming,zoals men het in het debat van 9 februari 2004 ook bedoelde en zoals het door de minister reeds was toegezegd.
Maar de minister ontraad de motie:men is overgeleverd aan de hardheidsclausule en de zorgvuldige kijk van de minister naar allerlei menselijke situaties Helppp

Citaat:
Debat 24 juni 2004
De heer Van der Staaij(SGP):Voorzitter. In het algemeen overleg over het terugkeerbeleid heb ik aandacht gevraagd voor uitgeprocedeerden uit de groep van 26.000 personen die onder het regiem van de oude vreemdelingenwet vallen en in Nederland getrouwd zijn, maar nu alsnog terug moeten gaan naar het land van herkomst voor het verkrijgen van een MVV.

Dat geeft heel veel onnodige rompslomp en leidt soms tot pijnlijke toestanden.
De minister heeft verwezen naar een nieuwe beleidsregel die nog diezelfde dag in de Staatscourant aan te treffen viel. Het is mij echter opgevallen dat die alleen op gezinshereniging betrekking heeft.

De vrijstelling van het MVV-vereiste geldt dus alleen voor personen die al voor hun komst naar Nederland getrouwd waren.

Naar mijn mening zou het echter voor ''gezinsvormers''moeten gelden.

Vandaar de volgende motie:

De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat in de Staatscourant nr. 121, d.d. 29 juni 2004, de beleidsregel betreffende vrijstelling van het MVV-vereiste zich beperkt tot verzoeken om gezinshereniging door personen uit de groep van 26.000 asielzoekers die onder de oude
Vreemdelingenwet zijn binnengestroomd;
van mening dat óók voor langdurig hier verblijvende, onder de oude vreemdelingenwet binnengestroomde
asielzoekers, die tijdens hun asielprocedure voor de wet in Nederland getrouwd zijn en daarna een verzoek om gezinsvorming gedaan hebben, het billijk is een uitzondering te maken op hetMVV-vereiste;
verzoekt de regering, de beleidsregel uit te breiden met bedoelde categorie,en gaat over tot de orde van de dag.



De voorzitter: Deze motie is voorgesteld door de leden Van der Staaij en Klaas de Vries. Naar mij blijkt, wordt zij voldoende ondersteund. Zij krijgt nr. 836 (19637).

Antwoord minister Verdonk:
In de motie van de heer Van der Staaij en de heer Klaas de Vries wordt verzocht om de beleidsregel uit te breiden met de categorie gezinsvorming, dus mensen die hier in Nederland een gezin hebben gevormd. De publicatie in de Staatscourant was uitsluitend van toepassing op gezinsherenigers.
Dat betekent dus dat die vrijheid van toepassing is als de betrokken personen al met elkaar gehuwd waren of
een geregistreerd partnerschap waren aangegaan in het land van herkomst, dus voor hun komst naar Nederland. Als dat in Nederland gebeurt, spreken wij van gezinsvorming.

Het uitbreiden van de beleidsregel betekent een verdere uitholling van het MVV-vereiste.
Er is uiteraard een hardheidsclausule.
Ik heb al gezegd dat ik heel zorgvuldig kijk naar allerlei menselijke situaties.
Ik heb voldoende aan de hardheidsclausule en ik zie geen reden om de beleidsregel uit te breiden.

Ik ontraad het aannemen van deze motie.

bron;parlando

Onderstaand een citaat uit het algemeen overleg op 11 oktober 2004 over het asielbeleid:
Citaat:

Minister Verdonk:
In hun motie, ingediend op 1 juli 2004, stellen de leden Van der Staaij en Klaas de Vries dat het billijk is om ook voor langdurig hier verblijvende, onder de oude Vreemdelingenwet binnengestroomde, asielzoekers die tijdens hun asielprocedure voor de wet in Nederland zijn getrouwd en daarna een verzoek om gezinsvorming hebben gedaan, een uitzondering te maken op het MVV-vereiste. Laat ik duidelijk zijn: de regeling geldt niet voor vreemdelingen die gezinsvorming beogen. Dat is ook nooit mijn bedoeling geweest. Ik heb altijd voor ogen gehad de groep vreemdelingen die als gezin naar Nederland zijn gekomen. Bij gezinsvorming is er sprake van totstandkoming van het gezin in Nederland. In Nederland is men een relatie aangegaan, wetende dat er op dat moment nog geen verblijfsvergunning was en dat het ook onzeker was of een dergelijke vergunning überhaupt verkregen zou worden. Dat is een eigen keuze geweest van de vreemdeling. Een verdere uitbreiding van de vrijstellingscategorie naar gezinsvormers is naar mijn mening te zeer een uitholling van het wettelijke MVV-vereiste. Bovendien zou de ongelijkheid ten opzichte van andere categorieën MVV-plichtigen te groot worden. Ik schat namelijk in dat in toenemende mate ook door andere categorieën MVV-plichtigen een beroep zou worden gedaan op vrijstelling van het MVV-vereiste. Van een verdere uitbreiding van deze regel zou voorts een aanzuigende werking uitgaan en dat is niet de bedoeling van het wettelijke MVV-vereiste. De vrijstelling wordt bij uitzondering verleend en geldt voor mensen die onder de oude vreemdelingenwet zijn binnengekomen, de mensen die vallen onder de groep van 26.000. Daar wil ik mij graag aan houden. Ik ontraad dan ook de aanneming van deze motie.
De heer Van der Staaij (SGP):
Voorzitter. Ik heb een vraag aan de minister over de oude motie, laat ik het zo maar zeggen. Deze betreft inderdaad alleen de groep die onder de oude vreemdelingenwet is ingestroomd. Erkent de minister wel dat er onder de gezinsvormers een problematiek is die juist speelt bij mensen die onder de oude wet zijn ingestroomd, namelijk dat deze mensen soms al jarenlang in Nederland een feitelijk gezinsleven hebben gehad, maar er nu pas achter komen dat zij uiteindelijk geen verblijfsvergunning krijgen?
Minister Verdonk:
Op het moment dat deze mensen in het huwelijk zijn getreden, hadden zij geen zekerheid van hun verblijf hier. Zij hebben op eigen verantwoordelijkheid die keuze gemaakt. Ik kan de heer Van der Staaij wel meedelen dat in gevallen
waarbij in één gezin sommige gezinsleden wel en andere gezinsleden niet onder de doelgroep van het Project Terugkeer vallen, terwijl zij allen verblijf beogen bij een gezinslid dat al in het bezit is van een reguliere of op asiel gebaseerde verblijfsvergunning dan wel de Nederlandse nationaliteit bezit, alle gezinsleden in aanmerking komen
voor ontheffing van het MVVvereiste. Om een voorbeeld te geven: de vader heeft een verblijfsvergunning, de moeder valt onder de doelgroep van het Project Terugkeer, maar het kind niet. Beoogd wordt dat moeder en kind in aanmerking kunnen komen voor ontheffing van het MVV-vereiste, als zij ook voldoen aan de overige voorwaarden. In die zin zal ook de op 29 juli 2004 gepubliceerde beleidsregel op korte termijn worden aangepast. Ik ontraad de aanneming van deze motie.

Bron: Verslag van de 14de vergadering op woensdag 27 oktober 2004

Vreugde alom:
Citaat:
Op 27 oktober 2004 is bovenstaande motie aangenomen


De motie van v.d.Staaij en de Vries,die door de tweede kamer was aangenomen,
wordt door minister Verdonk NIET uitgevoerd!
Vele onder ons zijn hier sinds de toezegging in het debat van afgelopen 9 feb.mee bezig
geweest,helaas ,minister Verdonk en dit kabinet houden zich niet aan hun woord.

Brief van de minister:
Citaat:

23 december 2004
Onderwerp: Motie van het lid Van der Staaij

Deze motie is door uw Kamer aanvaard. In deze brief ga ik in op de mogelijke consequenties die uitvoering van deze motie met zich mee zou brengen. De conclusie van het kabinet is dat het uitvoeren van deze motie vergaande gevolgen kan hebben voor de verdere handhaving van het wettelijk MVV-vereiste. Om die reden heeft het kabinet, op mijn voorstel, besloten deze motie niet uit te voeren. Ik wil dit als volgt toelichten.

Het uitvoeren van de motie van het lid Van der Staaij zal naar verwachting de volgende consequenties met zich meebrengen:

Het exacte aantal van vreemdelingen dat in aanmerking kan komen indien voor een nieuwe vrijstellingscategorie wordt gekozen, is niet te geven.
In de eerdere toezegging is aangegeven dat daar waar het MVV-vereiste "slechts een administratieve handeling" betreft, en voldaan wordt aan alle andere voorwaarden, het ontbreken van de MVV niet zal worden tegengeworpen. Bij deze voorstelling van zaken lijkt het amper van belang of een beleidsregel met een bepaalde vrijstelling verder wordt uitgebreid, immers als toch aan alle voorwaarden wordt voldaan, waarom mensen dan nog heen en weer sturen naar het land van herkomst. Dit geeft echter geen juist beeld van de wijze waarop het wettelijk MVV-vereiste zowel juridisch als uitvoeringstechnisch in elkaar steekt. Indien een reguliere aanvraag wordt ingediend, zonder dat iemand in het bezit is van een geldige MVV, en daarvan ook niet vrijgesteld is of moet worden, wordt een aanvraag afgewezen. In principe is daarbij dan niet van belang of aan enige overige voorwaarde voor verblijf wordt voldaan. Een ingediend bezwaar tegen een afwijzing wegens het ontbreken van de MVV heeft geen schorsende werking, hetgeen betekent dat de vreemdeling in principe Nederland dient te verlaten, tenzij hangende bezwaar alsnog een voorlopige voorziening wordt ingediend, die mag dan worden afgewacht. Uit deze juridische constructie moge blijken dat het MVV-vereiste van dusdanig gewicht is in een reguliere procedure, dat het ontbreken ervan zonder aanspraak op vrijstelling in feite betekent dat men Nederland dient te verlaten. De eenmalige uitzondering op de vrijstelling, die recent is gemaakt voor de gezinsherenigers uit de groep van 26.000, betekent in feite al een radicale omkering van de juridische constructie van het MVV-vereiste. In feite betekent deze omkering van de wijze van afdoening van aanvragen ook een terugkeer naar de situatie van vóór de invoering van het wettelijk MVV-vereiste. Toen werd op dezelfde manier omgegaan met dit vereiste, waardoor het vereiste destijds – mede ook door gebrek aan wettelijke grondslag - ernstig aan betekenis heeft verloren. Dit alles vormde de aanleiding voor de initiatiefwet van de leden Rijpstra en Verhagen.
In het kader van het terugkeerproject zullen uitgeprocedeerde asielzoekers Nederland moeten gaan verlaten. Indien de in de motie voorgestelde uitbreiding van de MVV-vrijstelling wordt overgenomen, zullen velen alsnog claimen aanspraak te maken op deze vrijstelling. Om deze aanspraak te controleren moet eerst in zijn totaliteit bezien worden of aan alle voorwaarden wordt voldaan, om vervolgens eerst daarna te kunnen constateren of iemand inderdaad aanspraak maakt op de vrijstelling, dan wel dat er alsnog een afwijzing moet volgen. Dit betekent ook dat in procedures die inmiddels al geheel of ten dele waren afgerond de vreemdeling opnieuw zal vragen om te bezien of er alsnog aanleiding is vrijstelling te verlenen, waarbij alle verblijfsvoorwaarden gecontroleerd dienen te worden. Het behoeft geen betoog dat hierdoor de voortgang van het Project Terugkeer aanzienlijk gefrustreerd zal worden.
Deze vrijstelling wordt gerealiseerd door een categoriale vrijstelling op grond van de hardheidsclausule. Hiervan is in het Vreemdelingenbesluit 2000 bepaald dat slechts onder bijzondere omstandigheden aanleiding bestaat om gebruik te maken van deze ontheffingsmogelijkheid. Dit kan gebeuren op basis van zeer bijzondere individuele, veelal schrijnende omstandigheden (in voorgaande jaren impliceerde dit gemiddeld dat circa 30 keer in een individueel geval ontheven werd). Daarnaast kan ook voor een hele groep een vrijstelling worden ingesteld, zoals nu derhalve gebeurd is voor de gezinsherenigers uit de groep van 26.000. Eerdere vrijgestelde groepen waren bijvoorbeeld de vreemdelingen die in aanmerking konden komen voor de tijdelijke regeling langdurig illegalen. Hiervoor zijn destijds ca 8000 aanvragen ingediend, waaronder ook op voorhand kansloze aanvragen, waarbij enkel vanwege de ontheffing van het MVV-vereiste die in de regeling was opgenomen, de procedure in Nederland langdurig werd gerekt, hetgeen op zich weer aanleiding vormde voor de vreemdeling om daar weer een verblijfsclaim op te baseren.
Welke afbakening van de regeling er ook gekozen wordt, er zullen altijd grensgevallen blijven bestaan die net buiten de regeling vallen en zich daardoor gedupeerd zullen voelen. Ook zij zullen alsnog een beroep doen om alsnog vrijgesteld te worden.
Naar verwachting zal deze regeling een nieuwe stroom van af te handelen zaken voor de IND opleveren, en een grote hoeveelheid procedures bij de uitvoering en rechtbanken genereren. Daarnaast zal een grote hoeveelheid nieuwe procedures ook weer de nodige klachten genereren.
Een dergelijk groot aantal mogelijke inwilligingen betekent naar andere MVV-plichtigen een grote ongelijkheid, indien zij –geheel conform de wettelijke regeling - de afdoening van een MVV-aanvraag in het land van herkomst afwachten. In sommige gevallen zal dat nog amper te rechtvaardigen zijn. Een nieuwe groep vrijgestelden zal bovendien handhaving van het MVV-vereiste naar andere categorieën MVV-plichtige vreemdelingen verder onder druk zetten. In toennemende mate zal ook door anderen een beroep gedaan worden om vrijgesteld te worden van het wettelijk MVV-vereiste.
Het alsnog uitbreiden van een categorie vrijgestelden zal een aanzuigende werking tot gevolg kunnen hebben, mensen zullen eerder het er op wagen naar Nederland te komen, met de hoop om ook zelf alsnog een kans te maken om vrijgesteld te worden van het MVV-vereiste.


De Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie,


Citaat uit het debat van 19 april 2005.

Citaat:
Van der Staaij;
Zelf wil ik nog op één onderdeel terugkomen. Het betreft het niet uitvoeren van een motie die in najaar 2004 door de Kamer is aangenomen. Deze vroeg om asielzoekers die onder de oude Vreemdelingenwet het land zijn binnengekomen, die tijdens hun asielprocedure voor de Nederlandse wet met iemand getrouwd zijn en die daarna een verzoek tot gezinsvorming hebben gedaan, vrij te stellen van het MVV-vereiste. Er zou voor hen dus dezelfde lijn moeten worden gevolgd als voor de gezinsherenigers het geval is. Anders moeten zij teruggaan naar hun herkomstland en maandenlang van hun gezin gescheiden zijn, puur om een formaliteit. Omwille van deze onbillijkheid die wij ervaren, blijven wij vasthoudend om over dit punt met de minister te debatteren. Haar telkens wisselende argumentatie om de motie nog niet uit te voeren, heeft ons niet kunnen overtuigen. Praktische problemen die zijn aangevoerd, moeten opgelost kunnen worden. Zij vormen geen alibi voor de minister om een motie naast zich neer te leggen. Ik zie mij daarom, samen met collega Klaas de Vries, genoodzaakt opnieuw een motie in te dienen.

De Kamer,gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het kabinet heeft aangegeven vooralsnog niet bereid te zijn de aangenomen motie Van der Staaij / De Vries (19 637 nr. 836) uit te voeren,

van mening dat hiermee geen recht wordt gedaan aan het probleem dat ook voor gezinsvormers die zijn binnengekomen onder de oude Vreemdelingenwet het alsnog tegenwerpen van het MVV-vereiste niet billijk is indien louter sprake is van een administratieve handeling,

overwegende dat de door de regering aangedragen bezwaren tegen vrijstelling voor gezinsvormers voor een belangrijk deel ook aan te voeren zijn tegen gezinsherenigers, maar er niet aan in de weg hebben gestaan om vrijstelling te verlenen aan die categorie,

van mening dat aan de door de regering genoemde bezwaren tegemoet kan worden gekomen door een heldere afbakening en het zo nodig stellen van aanvullende voorwaarden of voorschriften, waardoor misbruik kan worden tegengegaan,

verzoekt de regering alsnog uitvoering te geven aan genoemde motie,
en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter: Deze motie is voorgesteld door de leden Van der Staaij en de Vries. Naar mij blijkt, wordt zij voldoende ondersteund.
Zij krijgt nr. 920 (19637/29344).



Het antwoord van de minister;


In de motie van de heren Van der Staaij en De Vries wordt de regering verzocht om de motie over gezinsvormers die al eerder aan de orde is geweest, alsnog ten uitvoer te leggen. Ik merk daarover een aantal zaken op. Wij praten over een voorstel om mensen niet meer te laten voldoen aan het MVV-vereiste. Het MVV-vereiste is een van de hoofdregels in de reguliere verblijfsprocedure en is niet voor niets opgenomen. Met dit vereiste is wettelijk verankerd dat de Nederlandse overheid voorafgaand aan de komst van een vreemdeling wil controleren of deze echt aan alle verblijfsvoorwaarden voldoet. Voorkomen moet worden dat de overheid zonder een dergelijke controle bij de komst van een vreemdeling naar Nederland voor voldongen feiten wordt geplaatst. Dit is waar het om draait in de MVV-procedure. In de toelichting op de Vreemdelingenwet staat nadrukkelijk dat het geen vrijstelling van het MVV-vereiste oplevert, als iemand in Nederland een asielprocedure doorloopt en vervolgens een reguliere aanvraag indient.
De heer Van der Staaij vraagt naar een afbakening van de groep, maar deze groep is niet of nauwelijks af te bakenen. Er zijn geen cijfers over het aantal vreemdelingen dat door deze vrijstelling mogelijk alsnog in bezit komt van de vergunning voor gezinsvormers. Het is ook niet mogelijk om een onderscheid te maken in het soort relatie. Het is op grond van de Vreemdelingenwet en regelgeving zoals de richtlijn gezinshereniging en artikel 3.14 Vreemdelingenbesluit 2000 niet mogelijk om een onderscheid te maken naar het soort relatie dat is aangegaan.
Een nieuwe vrijstelling voor gezinsvormers zal zich dan ook niet kunnen beperken tot huwelijken die in Nederland voor de wet zijn gesloten. Ook geregistreerde en niet-geregistreerde partnerschappen zullen onder deze vrijstelling vallen. Met name bij de laatste groep is er het probleem van de controleerbaarheid van het bestaan van een duurzame en exclusieve relatie. Dat onderscheid is dus juridisch niet mogelijk.
Naar verwachting zullen, naast de vreemdelingen uit de groep van 26.000, veel anderen alsnog een procedure starten. Alleen al het indienen van de aanvraag loont, omdat er door het indienen van de reguliere aanvraag rechtmatig verblijf ontstaat en de MVV nog even niet wordt tegengeworpen. De vrijstelling van de MVV-vereiste wordt pas getoetst nadat eerst is bezien of aan alle voorwaarden wordt voldaan, zoals het bestaan van een duurzame en exclusieve relatie, middelen, paspoort, openbare orde etcetera. Daarna kan men ook weer in bezwaar en beroep gaan. Aan de ene kant vraagt de Kamer mij om procedures te beperken en te verkorten, maar hiermee lopen wij het risico dat er stapels brieven, aanvragen en verzoeken binnenkomen, die allemaal moeten worden bezien.
Ik verwijs naar een eerdere speciale regeling uit 1999, op grond waarvan voor vreemdelingen in Nederland een vrijstelling van de MVV-eis gold, alsmede een peildatum. Ik heb het over de zogenaamde witte-illegalenregeling. Die regeling heeft geleid tot bijna 9000 reguliere aanvragen, waarvan het grootste deel niet voor inwilliging in aanmerking kwam. Zelfs tot in 2005 dienden er procedures bij de rechtbanken.
Ik ontraad de aanneming van de motie.

De heer Van der Staaij (SGP): Als ik de argumentatie van de minister hoor, lijkt het bijna alsof wij voor de categorie van de gezinsherenigers niet een vrijstelling hebben getroffen. Voor hen geldt toch ook een heel groot deel van die bezwaren? Of betreurt de minister het dat zij voor die categorie een vrijstelling heeft ingevoerd?

Minister Verdonk: Voor gezinsherenigers is het criterium heel duidelijk: het gezin bestond reeds in het land van herkomst.

De heer Van der Staaij (SGP): U verwijst naar de witte-illegalenregeling, maar ik heb het over een voorbeeld van een vrijstelling voor de af te bakenen groep van de mensen die onder de oude vreemdelingenwet zijn binnengekomen. Waarom zou dit ook niet kunnen voor de groep van de gezinsvormers? U hebt daartegen nog geen overtuigende bezwaren genoemd. U zegt dat de groep lastig is af te bakenen, maar dat heeft toch niets te maken met deze motie? Dat heeft te maken met de eigen definities van de mogelijkheid tot gezinsvorming. De kwestie van het MVV-vereiste doet daaraan niets toe of af. Daarbij gaat het om criteria die sowieso gelden.

Minister Verdonk: De gezinsvormers kunnen komen uit de groep van 26.000. Inmiddels spreken wij van een groep van 16.000, omdat 10.000 mensen in het kader van het Project Terugkeer al zijn uitgestroomd. Het kan echter zijn dat degenen die met onbekende stemming zijn vertrokken, dan wel reeds naar het land van herkomst zijn teruggegaan, of degenen die een vergunning hebben gekregen, alsnog een aanvraag indienen voor gezinsvorming. Die aanvragen moeten worden getoetst. Uit de ervaring met de witte-illegalenregeling weten wij dat slechts in een heel klein deel van de 9000 aanvragen een vergunning is verleend. Dit betekent dus weer enorm veel werk. Er moeten enorm veel zaken worden getoetst door de IND. Wij kunnen wel zeggen dat degene die de aanvraag doet, moet bewijzen dat hij een relatie heeft, maar beperking tot een huwelijk is niet mogelijk, in de trant van: laat maar een boterbriefje zien en dan is de zaak rond. Dat kan dus niet, want ik kan de groepen niet splitsen. Ik moet daarbij ook de verschillende soorten partnerschap betrekken. Verder heb ik bezien of beoordeling op basis van een datum een mogelijkheid zou zijn, maar ook dat is geen mogelijkheid, omdat ik steeds te maken heb met een aanzuigende werking van mensen die al weg zijn en alsnog een aanvraag kunnen indienen. Ik voorzie heel grote problemen als wij dit inderdaad gaan invoeren, en ik zie er ook geen reden toe. De basis van het reguliere vergunningenstelsel is dat de MVV wordt aangevraagd in het land van herkomst.
Ik verbied geen huwelijken, helemaal niet. Ik zeg alleen maar tegen mensen die een gezin willen vormen: luister, u bent hier naartoe gekomen; u hebt een asielaanvraag ingediend die is afgewezen, misschien wel meerdere keren; u hebt zelf de keus gemaakt om hier in Nederland een gezin te vormen; u bepaalt niet hoe wij hier in Nederland de regelgeving in elkaar zetten, het is aan de Nederlandse staat om dat te bepalen. Die regelgeving zegt dat u terugmoet naar het land van herkomst om uw MVV aan te vragen. Dan wordt er natuurlijk getoetst of u aan alle voorwaarden voldoet en als dat zo is, kunt u terugkomen naar Nederland.

De heer Van der Staaij (SGP): Voorzitter. Ik heb afrondend nog twee punten. De minister zegt eerst: ik zie het probleem eigenlijk niet. Misschien is dát wel het probleem. Misschien is het probleem juist dat de minister het probleem niet ziet, want het probleem bestaat natuurlijk wel bij mensen die hier al jaren geleden een gezin hebben gevormd en die nu alsnog maandenlang van hun gezin weer gescheiden moeten worden om een formaliteit te vervullen, om ergens in een herkomstland een briefje te halen, terwijl zij voor het overige aan alle voorwaarden voldoen. Over die groep mensen hebben wij het. Dat is mijn eerste punt.
Mijn tweede punt is dat de minister zegt: er kunnen allerlei nieuwe aanvragen komen en hoe moet ik daar dan weer mee omgaan. Dat lijkt mij toch een kwestie van heldere afbakening en daar biedt de motie nu juist een handvat voor. Kortom, waarom kijkt de minister niet meer naar hoe zij problemen kan oplossen, in plaats van telkens nieuwe problemen op te werpen?

Minister Verdonk: Voorzitter. Ik werp geen problemen op. Ik heb aan alle kanten bekeken of ik een mogelijkheid kan vinden om dit te realiseren. Ik krijg het niet voor elkaar. Ik zie het probleem. Ik heb het probleem gezien. Ik heb het probleem van alle kanten bekeken en ik heb geprobeerd om allerlei oplossingen te verzinnen. Het is niet zo dat men naar het land van herkomst gaat om alleen een formaliteit te vervullen. Het gaat erom dat meteen getoetst wordt of er inderdaad aan alle voorwaarden wordt voldaan en dat is in heel veel gevallen niet zo. Voorzitter. Ik zie het probleem. Ik probeer niet meer problemen op te werpen dan dat er toch al zijn, ik doe mijn best om procedures te beperken, om het aantal procedures terug te brengen. Als wij dit gaan doen, dan hebben wij weer heel veel procedures erbij. Dan heb ik weer stapels brieven waarvan de IND moet bewijzen dat wat men beweert, niet waar is. Voorzitter. Ik ontraad de aanneming van deze motie


Sinds bovenstaand debat is de motie tot 2 keer toe aangehouden,er is dus niet over gestemd.

Op 4 oktober j.l 2005 wordt er nogmaals een motie ingediend om voor de Nederlanders gehuwd met een asielzoeker toch nog een beperkte vrijstelling van het MVV vereiste te kunnen krijgen:

Citaat:
19 637 Vreemdelingenbeleid
Nr. 972 NADER GEWIJZIGDE MOTIE VAN DE LEDEN VAN DER STAAIJ EN KLAAS DE VRIES TER VERVANGING VAN DIE GEDRUKT ONDER NR. 957

Voorgesteld 4 oktober 2005
De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende, dat het kabinet heeft aangegeven vooralsnog niet bereid te
zijn de aangenomen motie Van der Staaij/De Vries (19 637 nr. 836) uit te voeren;

van mening, dat hiermee geen recht wordt gedaan aan het probleem dat ook voor asielzoekers die zijn binnengekomen onder de oude Vreemdelingenwet en tijdens hun asielprocedure voor de wet in Nederland getrouwd zijn en daarna een verzoek om gezinsvorming gedaan hebben het alsnog tegenwerpen van het MVV-vereiste niet billijk is indien louter sprake is van een administratieve handeling;

overwegende, dat de door de regering aangedragen bezwaren tegen vrijstelling voor voornoemde gezinsvormers voor een belangrijk deel ook aan te voeren zijn tegen gezinsherenigers, maar er niet aan in de weg hebben gestaan om vrijstelling te verlenen aan die categorie;verzoekt de regering te onderzoeken hoe aan de door haar genoemde bezwaren kan worden tegemoetgekomen door een heldere afbakening en het zo nodig stellen van aanvullende voorwaarden of voorschriften, waardoor misbruik kan worden tegengegaan;
en gaat over tot de orde van de dag.

Van der Staaij
Klaas de Vries


Overigens is de motie weer aangenomen...

Citaat:
De voorzitter: Ik constateer dat de aanwezige leden van de fracties van de SP, GroenLinks, de PvdA, de Groep Lazrak, D66, de ChristenUnie, de SGP, de LPF en de Groep Nawijn voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en die van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

bron:parlando

Wordt vervolgd...

Niet aangemeld Bekijk gebruikersprofiel Stuur privébericht Verstuur mail
oers
Moderator
Moderator



Geregistreerd op: 10-8-2004
Berichten: 11676


Partner:
blank.gif

Sexe:Vrouw  


Geplaatst: di 14 nov, 2006 12:03 Plaats een reactie Reageer met een quoteNaar de onderkant van de paginaNaar de bovenkant van de pagina
Onderwerp: Bericht Re: Geen vrijstelling van MVV-vereiste voor hier gehuwde asi

beheer schreef (Bekijk bericht):
Wordt vervolgd...

Hier het voorlopige vervolg:
Op 6 april 2006 is de reactie van de minister op de motie van 4 oktober 2005 geplaatst;
De minister voert ook deze keer de motie niet uit:
Citaat:
19637 Vreemdelingenbeleid

Nr.1043 Brief van de minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag,6 april 2006

Met deze brief voldoe ik aan het verzoek van de vaste commissie voor Justitie (06-Just-B-4) om u per brief op de hoogte te stellen van de uitvoering van motie 19 637, nr. 957 (nader gewijzigd in motie 19 637, nr. 972). Deze motie betreft het verzoek om aan asielzoekers die zijn binnengekomen onder de oude Vreemdelingenwet en een verzoek om gezinsvorming hebben gedaan nadat zij tijdens hun asielprocedure voor de wet in Nederland getrouwd zijn, het MVV-vereiste niet tegen te werpen.

Voorts verzoekt de vaste commissie voor Justitie mij om in deze brief een relatie te leggen met de antwoorden in het kader van het schriftelijk overleg over mijn brief inzake het onderzoeksrapport evaluatie Wet voorkoming schijnhuwelijken (uw verzoek vermeldt per abuis “de brief van de minister van Justitie”).

De gewijzigde motie luidt, voor zover hier van belang:

“De Kamer, constaterende dat het kabinet heeft aangegeven vooralsnog niet bereid te zijn de aangenomen motie-Van der Staaij/Klaas de Vries uit te voeren;
van mening dat hiermee geen recht wordt gedaan aan het probleem dat ook voor asielzoekers die zijn binnengekomen onder de oude Vreemdelingenwet en tijdens hun asielprocedure voor de wet in Nederland getrouwd zijn en daarna een verzoek om gezinsvorming gedaan hebben het alsnog tegenwerpen van het MVV-vereiste niet billijk is indien louter sprake is van een administratieve handeling;
overwegende dat de door de regering aangedragen bezwaren tegen vrijstelling voor voornoemde gezinsvormers voor een belangrijk deel ook aan te voeren zijn voor gezinsherenigers, maar er niet aan in de weg hebben gestaan om vrijstelling te verlenen aan die categorie;
verzoekt de regering te onderzoeken hoe aan de door haar genoemde bezwaren kan worden tegemoetgekomen door een heldere afbakening en het zo nodig stellen van aanvullende voorwaarden of voorschriften, waardoor misbruik kan worden tegengegaan.”

Op het verzoek van uw Kamer heb ik nader onderzocht of aan de eerder door mij geuite bezwaren tegen de motie tegemoet kan worden gekomen door een heldere afbakening of het stellen van aanvullende voorwaarden of voorschriften. Dit onderzoek heeft mijn mening over de wenselijkheid en de uitvoerbaarheid van de motie niet gewijzigd. Ik zal de motie daarom niet uitvoeren. In het navolgende zet ik uiteen welke elementen ik heb betrokken in mijn onderzoek en waarom ik tot deze conclusie ben gekomen. Overigens hecht ik eraan op te merken dat mijn overwegingen om de oorspronkelijke motie niet uit te voeren niet uitsluitend waren gebaseerd op het gevaar van misbruik, waar de gewijzigde motie van lijkt uit te gaan, maar op een complex van factoren.

Kortheidshalve benoem ik slechts de elementen die ik in mijn brief van 21 december 2004 (Kamerstukken II 2004/05, 19637, nr. 884) reeds heb uiteengezet:
Ø het is onduidelijk hoeveel vreemdelingen van de voorgestelde regeling gebruik zouden kunnen maken (dit zal ik nader toelichten);
Ø het MVV-vereiste betreft niet “slechts een administratieve handeling”; het Project Terugkeer zal aanzienlijke vertraging oplopen;
Ø er zal bij sommige vreemdelingen valse hoop worden gecreëerd;
Ø elke mogelijke regeling zal ‘grensgevallen’ blijven houden;
Ø grote werklast voor IND;
Ø rechtsongelijkheid ten aanzien van degenen die zich wel conform de voorgeschreven procedures gedragen;
Ø aanzuigende werking.

Deze opsomming van factoren geeft aan dat zelfs al zou het risico van misbruik in belangrijke mate ondervangen kunnen worden, dan nog bestaan er overwegende motieven om de motie toch niet uit te voeren. In het navolgende geef ik aan dat ook het nader afbakenen van de groep rechthebbenden op de voorgestelde regeling, moeilijk te realiseren is.

Afbakening doelgroep
Gehuwden/partners
Ten eerste moet de potentiële groep gedefinieerd worden. De motie spreekt van “asielzoekers die zijn binnengekomen onder de oude Vreemdelingenwet en tijdens hun asielprocedure voor de wet in Nederland getrouwd zijn en daarna een verzoek om gezinsvorming gedaan hebben”. Deze potentiële groep dient echter te worden uitgebreid, nu het op grond van het Nederlandse recht niet mogelijk is om onderscheid te maken tussen huwelijken die in Nederland voor de wet zijn gesloten, geregistreerde partnerschappen en niet-geregistreerde partnerschappen.

Het mag duidelijk zijn dat met name deze laatste groep problemen oplevert ten aanzien van de controleerbaarheid; hun status is slechts afhankelijk van de verklaring van betrokkenen dat zij door een “duurzame en exclusieve relatie” aan elkaar verbonden zijn.

Peildatum
Mijn onderzoek dat gericht was op de mogelijke afbakening van de groep rechthebbenden heeft zich daarom vooral op de moeilijk af te bakenen groep niet-geregistreerde partnerschappen gericht. Het werken met een peildatum (datum waarop de relatie moet zijn aangegaan of hebben bestaan) ligt daarbij het meest in de rede. Bij alle voorgestelde peildata bestaat het probleem van de aantoonbaarheid van de duurzame relatie. Hoe vroeger de peildatum, hoe beperkter de groep rechthebbenden en hoe groter ook het belang bij uitvoering van de motie (de relatie bestaat dan immers al lange tijd).

Ø Peildatum 2 november 2004 (datum waarop de eerste motie door uw Kamer is aanvaard). Deze datum is juridisch moeilijk houdbaar nu ik in mijn reactie op de door uw Kamer aangenomen motie heb aangegeven deze motie niet te zullen uitvoeren.

Ø Peildatum 30 juni 2005 (datum waarop de thans voorliggende, gewijzigde motie is ingediend). Vanaf dit moment kon voor betrokkenen duidelijk zijn dat uit deze motie rechtens relevante gevolgen konden voortvloeien. De indiening van een motie geeft echter nog geen indicatie over de afloop daarvan, zeker gezien mijn afwijzing van de eerdere motie. Ook deze datum zal daarom juridisch moeilijk houdbaar zijn.

Ø Peildatum 4 oktober 2005 (datum aanname door uw Kamer van de motie). Hier geldt echter hetzelfde bezwaar als de eerder genoemde peildatum.

Ø Peildatum uitvoering motie (theoretische datum waarop de Kamer zou worden bericht dat uitvoering zal worden gegeven aan de motie). Dit is juridisch gezien de best verdedigbare datum; immers vanaf dit moment zouden betrokkenen op de hoogte kunnen zijn van het rechtsgevolg van hun relatie met een Nederlander of legaal in Nederland verblijvende vreemdeling. Daar staat tegenover dat deze peildatum het sluiten van schijnrelaties in de hand werkt, omdat de mogelijkheid om de ‘bestendigheid’ van een relatie te toetsen heel beperkt zijn.

Geen van de voorgestelde peildata geeft daarom een bevredigende beperking van de potentiële doelgroep. Daar komt nog bij dat het aantonen van een bestendige relatie heel moeilijk toetsbaar is door de IND. Deze moeilijkheid neemt navenant toe naarmate de peildatum later in de tijd ligt. Er is dan immers minder tijd verlopen tussen de peildatum en de datum waarop beslist wordt door IND waardoor bestendigheid enkel door het voortbestaan van de relatie niet aangetoond kan worden.

Duurzame en exclusieve relatie
Ik ben ook nagegaan in hoeverre het mogelijk is om met enige zekerheid te kunnen vaststellen of betrokkenen daadwerkelijk een “duurzame en exclusieve relatie” onderhouden. Daartoe wordt vereist dat de vreemdeling en de hoofdpersoon feitelijk samenwonen en een gemeenschappelijke huishouding voeren. Ook dienen zij naar buiten toe, bijvoorbeeld naar de werkgever en de belastingdienst hetzelfde adres te voeren en op hetzelfde adres zijn ingeschreven in de Gemeentelijke Basis Administratie (GBA). In de context van de doelgroep van de onderhavige motie zou de toetsing aan deze voorwaarden tot problemen kunnen leiden, nu sommige betrokkenen vanwege hun asielprocedure of (voorgenomen) uitzetting in opvangcentra moesten verblijven of hebben verbleven en dus geen gezamenlijke huishouding hebben (kunnen) voeren. In deze gevallen kan dan ook niet worden vastgesteld of sprake is geweest van een duurzame en exclusieve relatie

Relatie evaluatie Wet voorkoming schijnhuwelijken
Ten slotte verzoekt de vaste commissie voor Justitie mij om bij het beantwoorden een relatie te leggen met de beantwoording van haar vragen in het kader van de evaluatie van de Wet voorkoming schijnhuwelijken (Kamerstukken II 2005-06, 26 276 en 26 862, nr. 4). Voor zover hierbij gedoeld wordt op de vragen en antwoorden over uitgeprocedeerde asielzoekers die tijdens hun verblijf in Nederland zijn gehuwd en op basis van dat huwelijk verblijf in Nederland wensen te verkrijgen, merk ik het volgende op.

In de beantwoording van bedoelde vragen wordt geconcludeerd dat een vreemdeling niet in het huwelijk kan treden zonder dat de ambtenaar van de burgerlijke stand van oordeel is dat diens identiteit met voldoende zekerheid is komen vast te staan. Dit doet echter niet af aan het feit dat de desbetreffende asielzoeker een MVV moet aanvragen. De MVV-procedure dient immers niet zozeer om de identiteit vast te stellen, maar ter beoordeling of aan de voorwaarden voor verlening van een verblijfsvergunning wordt voldaan. Deze procedure dient in het buitenland te worden afgewacht. In die zin verandert mijn beantwoording van de vragen in het kader van de Wet Voorkoming Schijnhuwelijken niets aan mijn overwegingen ten aanzien van de thans voorliggende motie.

Eén en ander overwegend kom ik tot de conclusie dat het beoogde voordeel voor betrokkenen (de verplichting om een MVV in het land van herkomst aan te vragen vervalt; aan de vereisten voor een verblijfsvergunning voor verblijf bij partner moet onverkort worden voldaan) niet opweegt tegen de negatieve praktische (belasting IND), beleidsmatige (uitholling MVV-vereiste, aanzuigende werking) en persoonlijke gevolgen voor betrokkenen (valse hoop terwijl aan inhoudelijke criteria nog steeds moet worden voldaan).


De Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie,


M.C.F. Verdonk

bron:Parlando

En weer is het inmiddels na ruim 2 jaar nog geen einde verhaal:
Citaat:
19 637 Vreemdelingenbeleid

Nr. 1052 BRIEF VAN HET PRESIDIUM

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 24 mei 2006

Het Presidium legt hierbij het verzoek van de vaste commissie voor
Justitie om instemming van de Kamer te vragen met het verzoek de
Adviescommissie Vreemdelingenzaken te vragen advies uit te brengen
over de uitvoering van motie 19 637, nr. 972 (de motie betreft het verzoek
aan asielzoekers die zijn binnengekomen onder de oude Vreemdelingenwet
en een verzoek om gezinsvorming hebben gedaan nadat zij
tijdens hun asielprocedure voor de wet in Nederland zijn getrouwd, het
mmv-vereiste niet tegen te werpen) en bij dit advies tevens het schriftelijk
overleg over het onderzoeksrapport evaluatie Wet voorkoming schijnhuwelijken
(26 276, nr. 4) te betrekken.
Aanleiding tot deze verzoeken van de vaste commissie voor Justitie is de
brief van de minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie d.d. 6 april
2006 (Kamerstuk 19 637, nr. 1043).
Het Presidium stelt u voor in te stemmen met dit verzoek.

De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
F. W. Weisglas

De Griffier van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
J. E. Biesheuvel-Vermeijden

bron:parlando

Op 24 oktober de reactie van de ACVZ:

Citaat:
Motie Staaij/de Vries vrijstelling MVV-vereiste
BRIEFADVIES 8

24-10-2006 Briefadvies over vrijstelling van het MVV-vereiste voor asielzoekers die onder de oude vreemdelingenwet vallen (de '26.000'), in het kader van gezinsvorming.

3. Bij zorgvuldige nadere beschouwing kan de ACVZ niet een voldoende grondslag vinden voor de in de kabinetsreactie geformuleerde bezwaren tegen het voorstel van de Tweede Kamer om het MVV-vereiste niet tegen te werpen aan vreemdelingen die:
- voor 1 april 2001 een asielaanvraag hebben ingediend die na die datum is afgewezen, en;
- voldoen aan de voorwaarden voor verkrijging van een vergunning tot verblijf bij partner, op basis van een tijdens legaal verblijf in Nederland tijdens de asielprocedure, inclusief beroepsprocedure, door hem of haar aangegane duurzame verbintenis (bijvoorbeeld een huwelijk, of al of niet geregistreerd partnerschap) met een legaal verblijf hebbende partner.

4. De ACVZ geeft in overweging indien alsnog het in de motie neergelegde voorstel van de Tweede Kamer zou worden gevolgd, aan de procedure voor het verlenen van de verblijfsvergunning zonder te voldoen aan het mvvvereiste, een bijzondere voorwaarde toe te voegen. Deze voorwaarde houdt in dat als tijdens de looptijd van de procedure (het legaal verblijf) blijkt van een duurzame relatie, anders dan een huwelijk of geregistreerd partnerschap, door de aanvrager aan de hand van aantoonbare gedragingen dan wel gegevens de duurzaamheid op aannemelijke wijze wordt geschraagd.

De gehele tekst kan men hier lezen: Integrale tekst

Zie ook:
Motie hier gehuwde asielzoekers...

--------------------
Ook ons kind heeft recht op 'n gezinsleven in dit land,
al is papa een uitgeprocedeerd asielzoeker !

Verborgen Bekijk gebruikersprofiel Stuur privébericht
Berichten van afgelopen:  
Plaats nieuw bericht Plaats een reactie
Vorige onderwerp Email to a Friendprinter-vriendelijke versieLog in om uw privéberichten te bekijken Volgende onderwerp
U mag geen nieuwe onderwerpen plaatsen
U mag geen reacties plaatsen
U mag uw berichten niet wijzigen
U mag uw berichten niet verwijderen
U mag stemmen in opiniepeilingen
U kunt geen gebeurtenissen toevoegen in dit forum
U heeft geen toestemming om bijlagen toe te voegen in dit forum
U heeft geen toestemming om bestanden te downloaden uit dit forum