Voorpagina
Homepage   Forum overzicht   Actieve onderwerpen   Webadvocaat   Immigratiehandboek   Handboek België-route   Questions and comments in English, Civic Integration Act (WIN)   Sección del foro para la gente hispanohablante   Donaties   Disclaimer   Contact   Help   Log in
Plaats nieuw bericht Plaats een reactie
Vorige onderwerp Email to a Friendprinter-vriendelijke versieLog in om uw privéberichten te bekijken Volgende onderwerp
Auteur Bericht
beheer
Webmaster
Webmaster



Geregistreerd op: 11-7-2002
Berichten: 2788


Partner:
blank.gif

  


Geplaatst: ma 17 okt, 2005 23:10 Plaats een reactie Reageer met een quoteNaar de onderkant van de paginaNaar de bovenkant van de pagina
Onderwerp: Bericht Verdonk: Gezinnen zouden niet van elkaar gescheiden worden

Verdonk: Gezinnen zouden niet van elkaar gescheiden worden.


Tijdens het terugkeer debat van 9 februari 2004 dient Dhr.van Fessem een motie in die aangenomen wordt:
Citaat:
Motie van het lid van Fessem: Voorgesteld tijdens het Nota-overleg van 9 februari 2004 De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende, dat de terugkeer van langdurig in Nederland verblijvende asielzoekers die onder de oude Vreemdelingenwet Nederland zijn binnengekomen intensief wordt gefaciliteerd; verzoekt de regering bij de terugkeer en opvang in vertrek- en uitzetcentra van afgewezen asielzoekers met kinderen zorgvuldig rekening te houden met de belangen van die kinderen;verzoekt de regering erop toe te zien dat bij terugkeer van gezinnen met kinderen in beginsel geen gescheiden uitzetting plaatsvindt, en gaat over tot de orde van de dag.
Van Fessem

De heer Van der Vlies (SGP): In het dictum van de motie staan de woorden ’’in beginsel’’. Kan ik daaruit begrijpen dat de deur een klein beetje op een kier staat?

De heer Van Fessem (CDA): Dat heeft de heer Van der Vlies goed begrepen. Er zijn gevallen waarin dit niet kan worden waargemaakt,bijvoorbeeld als de man is veroordeeld,een strafblad heeft of een gevaar is voor de openbare orde. In dit soort zaken moeten er geen absolute regels zijn. Er moet een mogelijkheid zijn om af te wijken;ook in de wet.


Hier nog enkele citaten van verschillende politici tijdens ditzelfde debat van 9 februari 2004:

Citaat:
Dhr.van Fessem:
Nu de minister bovendien nog stelt dat zij oog heeft voor schrijnende situaties bij gezinnen die anders uit elkaar
zouden vallen
en dat zij genereus zal omgaan met degenen die echt niet terug kunnen keren
, kan mijn
conclusie slechts zijn dat dit kabinet niet alleen voor het eerst voor een echt terugkeerbeleid zorgt, maar dat
het ook verder gaat met het maken van uitzonderingen dan vorige kabinetten.

Dhr.de Vries:
De minister heeft verklaard dat echtparen en gezinnen met kinderen niet uit elkaar zullen worden gerukt.
Dat is goed. Wij hebben daar vorige keer een discussie over gevoerd. Ik stelde hierin dat ik het effect van het
beleid dat een moeder maar moest kiezen of zijde kinderen hier liet of meenam, onacceptabel vond. Ik heb
daar harde woorden voor gebruikt,namelijk inhumaan, wreed en hardvochtig. De minister heeft kennelijk geoordeeld dat deze woorden haar persoon betroffen. Dat is niet het geval. Ik kreeg een brief van een gezin in Neede. De man
moet weg en hij moet zijn Nederlandse echtgenote en kind achterlaten.
Veel meer van dit soort gevallen staan op de website van partners van asielzoekers(SBP).

Bij het lezen van de site was niet mijn eerste gedachte dat ik mijn rug recht moest houden,
maar dat ik misschien mijn hart moet laten spreken.


Dhr.Nawijn:
Bovendien heb ik haar horen zeggen,zij het in de media, dat gezinnen niet uit elkaar moeten worden gehaald.
Is dat daadwerkelijk de mening van de minister?
Deze punten van haar beleid hebben de steun van de LPF.

Mevr.Lambrechts:
De minister heeft inmiddels een toezegging gedaan over het niet uit elkaar halen van gezinnen.

Minister Verdonk:
maar ik herhaal dat ik in het proces van begeleiding naar de terugkeer niet blind zal zijn voor situaties die zich nu voordoen.
Daar waar terugkeer objectief toetsbaar onmogelijk dan wel onredelijk zou zijn, zal ik de wettelijke bevoegdheden zeker gebruiken.

De terechte bijzondere aandacht die verschillende leden hebben gevraagd voor gezinnen, zal ik daarbij ook
nadrukkelijk benutten.


Minister Verdonk:
Uitgangspunt is dat ik gezinnen niet wil scheiden, laat dat duidelijk zijn.

Mevrouw Huizinga-Heringa(ChristenUnie):
Het is de beleidslijn van de minister om gezinnen niet gescheiden uit te zetten. Dat is echter wel gebeurd.

Minister Verdonk:
Het is het uitgangspunt dat dit niet mag gebeuren.
Gisteravond is mij uit overleg met mijn ambtenaren gebleken dat het ondoenlijk is om hiervoor een regeling in het leven te roepen voor de 26.000 asielzoekers over wie wij nu spreken.
Daarvoor zijn de omstandigheden van deze mensen te verschillend. Ik benadruk echter dat het mijn uitgangspunt is
dat ik ouders en kinderen niet zal scheiden.


De heer De Wit (SP):
Ik had in mijn termijn nog een vraag gesteld over de pleegkinderen, namelijk of de minister in afwachting van haar nota
kan toezeggen dat er op dat punt geen uitzettingen plaatsvinden.

Minister Verdonk:
Dat is een toezegging die mij hier wordt ontlokt.
Uitgangspunt is dat wij geen gezinnen scheiden, en ik kan mij voorstellen dat dit ook pleegkinderen betreft.

bron:parlando

Onderstaande is een citaat uit een brief van Dhr. Van Fessem van CDA die Mirjam van Stichting Buitenlandse Partner ontving op haar vraag om hulp voor Nederlanders gehuwd met asielzoekers:
Citaat:
Daarnaast heeft de CDA-fractie er in het debat van 9 februari jongstleden bij de minister op aangedrongen gezinnen niet te scheiden. De minister heeft dit toegezegd onder voorwaarde dat er geen sprake is van criminele activiteiten of vermoedens van oorlogsmisdaden bij een van de gezinsleden.

Ook heeft de fractie de minister gevraagd mensen die buiten hun schuld niet kunnen terugkeren alsnog een verblijfsvergunning te geven. De minister heeft daarop toegezegd het buiten-schuld-criterium ruimer toe te passen.

Tenslotte is uitdrukkelijk aangedrongen op een laatste toets op schrijnendheid - vóór een eventueel vertrek.

Het CDA-congres van 14 februari jongstleden heeft deze drie aandachtspunten voor een humane uitvoering van het nieuwe beleid als een opdracht gegeven aan de fractie.

Wij hopen u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd.

Met vriendelijke groet, namens de CDA-fractie,

Mr. Wim M.M. van Fessem


De gehele brief kunt u nalezen in het onderdeel:
Het scheiden van gezinnen door uitzetting.


In een reportage van Tweevandaag blijkt dat gezinnen ondanks de toezeggingen van de minister gezinnen wel gescheiden worden:
Citaat:
Tweevandaag 19 november 2004

Vluchtelingenwerk roept op tot onderduiken

In een brief van acht maanden geleden schrijft minister Verdonk dat zij uitgeprocedeerde gezinnen niet gescheiden zal uitzetten. Uit een verslag van TweeVandaag blijkt dat dit wel degelijk gebeurt. Naar aanleiding van onze reportage heeft D66 de praktijk in de kamer aan de orde gesteld.

Het verweer daarop van de minister leidt nu tot grote woede bij VluchtelingenWerk Nederland. In de studio geeft D66 Tweede Kamerlid Lambrechts commentaar.
Bron:http://www.tweevandaag.nl/index.php?module=PX_Story&func=view&cid=2&sid=28898#


Citaat:
2004-11-19 / persbericht

VluchtelingenWerk Nederland: 'Liever illegaal dan gescheiden?'

Organisatie woedend over woordbreuk Verdonk.

VluchtelingenWerk Nederland is woedend op minister Verdonk. Keer op keer heeft zij gesteld dat zij gezinnen niet gescheiden uitzet. Tijdens de behandeling van de Justitie-begroting afgelopen woensdag stelde zij echter dat er onderscheid moet worden gemaakt tussen gezinsvorming (gezinnen die in Nederland zijn ontstaan) en gezinshereniging (gezinnen die in het land van herkomst zijn gevormd).
Het gevolg is dat mensen die in Nederland getrouwd zijn en kinderen hebben gekregen het risico lopen te worden uitgezet. Op deze wijze kunnen situaties ontstaan waarbij kinderen met een verblijfsvergunning opeens één of beide ouders zien vertrekken naar een ander land. Leg dat maar eens aan de kleintjes uit.

VluchtelingenWerk Nederland is van mening dat het gescheiden uitzetten van gezinnen onder geen enkele voorwaarde aan de orde mag zijn; of de gezinnen nu hier of ergens anders zijn ontstaan, of de ouders nu onder de oude of onder de nieuwe wet in ons land asiel hebben aangevraagd. De organisatie vindt het absurd dat de minister huwelijken die in Nederland zijn gesloten blijkbaar minder waardevol acht dan huwelijken die in het land van herkomst zijn voltrokken.
VluchtelingenWerk Nederland kan dit soort zaken niet langer aan de vluchtelingen, voor wiens belangen de vereniging opkomt, verkopen. “Als deze voorstellen daadwerkelijk beleid worden, kunnen wij straks niet anders dan asielzoekers op het gevaar te wijzen en te attenderen op de mogelijheid in de illegaliteit te verdwijnen”, stelt algemeen directeur Eduard Nazarski. “Natuurlijk willen wij niemand ‘met onbekende bestemming’ laten vertrekken. Wij hebben de vluchtelingen altijd gestimuleerd de juiste wegen te bewandelen, maar hoe kunnen wij dit beleid nog langer aan hen uitleggen? Onze geloofwaardigheid staat op het spel. De minister heeft steeds volgehouden dat er geen sprake zal zijn van gescheiden uitzetten en doet nu aan woordbreuk.”
Dinsdag stemt de Kamer over moties over dit onderwerp.

Bron: www.vluchtelingenwerk.nl

Hier de reactie van de minister:
Citaat:
Datum
7 december 2004

Onderwerp
De motie van lid Lambrechts (kenmerk 29800, VI, 54)

betreffende het scheiden van gezinnen

Op 17 november 2004 heeft lid Lambrechts, mede namens de leden Vos, Klaas de Vries, De Wit en Huizinga-Heringa, een motie ingediend betreffende het scheiden van gezinnen. Op 23 november 2004 heeft zij een gewijzigde versie van deze motie ingebracht. Naar aanleiding van het verzoek van uw Kamer van 23 november jongstleden, om schriftelijk te reageren op deze gewijzigde motie, bericht ik u het volgende.

De aanvullingen en wijzigingen die zijn verwerkt in de huidige tekst van de motie van lid Lambrechts c.s. worden door mij grotendeels onderschreven.

In de motie verzoeken de Kamerleden mij mijn toezegging zo toe te passen dat oneigenlijk gebruik wordt tegengegaan. Om oneigenlijk gebruik tegen te kunnen gaan, heb ik een objectief criterium ingevoegd, te weten het onderscheid tussen gezinnen die reeds bestonden vóór hun komst naar Nederland en gezinnen die hier te lande zijn ontstaan. De duur van het huwelijk of het partnerschap, of hoelang het gezin met kinderen reeds bestaat, is voor mij, gelet op voornoemd oogmerk, geen hanteerbaar criterium.

Mijn toezegging ziet dus toe op situaties waarin al een gezinsband bestond in het land van herkomst. Ik heb dit standpunt herhaaldelijk aan uw Kamer aangegeven. Zo heb ik tijdens het vragenuur van 20 januari 2004, in antwoord op vragen van de leden Lambrechts en De Wit gezegd dat ik het algemene uitgangspunt hanteer dat personen die Nederland als gezin inreizen, niet gescheiden worden uitgezet. Dit standpunt heb ik herhaald tijdens het vragenuur op 6 april 2004.

Tevens heb ik van meet af aan richting uw Kamer aangegeven dat mijn toezegging zich richt op de gezinnen die zich bevinden onder de doelgroep van het project Terugkeer. Andermaal wil ik jegens uw Kamer benadrukken dat, vanuit het algemene uitgangspunt dat tijdens de uitvoering van het project Terugkeer getracht zal worden zoveel mogelijk te voorkomen dat gezinnen worden gescheiden, te allen tijde in het oog zal worden gehouden of een gescheiden uitzetting in een voorkomend geval niet tot een schrijnende situatie leidt.

Gelet op het voorgaande en zoals ik uw Kamer ook eerder heb bericht, acht ik het bijzonder lastig uitvoerbaar om mijn toezegging vast te leggen in concrete beleidsregels. De omstandigheden waarin de gezinnen verkeren waarover we hier spreken, zijn dermate divers, dat mijn toezegging betreffende deze gezinnen niet in een algemeen geformuleerde regel kan worden vastgelegd.

Ik ontraad deze motie.

De Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie


Citaat:
14 december 2004

De motie-Lambrechts c.s. over het niet gescheiden uitzetten van gezinnen (29800-VI, nr. 54)

De voorzitter: Ik geef gelegenheid tot het afleggen van stemverklaringen vooraf.

De heer Van Fessem (CDA): Voorzitter. De CDA-fractie heeft in februari een motie ingediend om in het kader van het terugkeerbeleid gezinnen in beginsel niet gescheiden uit te zetten. De CDA-fractie hecht belang aan de uitvoering van de motie. In haar brief geeft de minister aan het maximaal mogelijke te doen om te voorkomen dat gezinnen gescheiden worden uitgezet, zonder te vervallen in het maken van algemene regels voor individuele gevallen. Zij voert dus de motie-Van Fessem uit. De CDA-fractie zal daarom de motie-Lambrechts niet steunen.

In stemming komt de motie-Lambrechts c.s. (29800-VI, nr. 54).

De voorzitter: Ik constateer dat de aanwezige leden van de fracties van de SP, GroenLinks, de PvdA, de Groep Lazrak, D66, de ChristenUnie en de SGP voor deze motie hebben gestemd en die van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.


Onderstaand een citaat van minister Verdonk:
Citaat:
15 juli 2004
Regelmatig is verwezen naar mijn opmerking dat als uitgangspunt geldt
dat gezinnen niet gescheiden worden uitgezet. Daarbij heb ik ook
regelmatig opgemerkt dat dit uitgangspunt geldt bij gezinnen die als
zodanig naar Nederland zijn gekomen. Gescheiden uitzetten is immers
onvermijdelijk indien er sprake is van gezinshereniging of -vorming bij
een partner met de Nederlandse nationaliteit of met een Nederlandse
verblijfsvergunning,
en indien er niet aan de desbetreffende voorwaarden
voor toelating wordt voldaan.

bron:parlando

Daar er nog steeds schrijnende situatie zijn van gezinnen die middels uitzetting gescheiden gaan worden stelt Mevr.Vos
kamervragen aan de minister.

Citaat:
Datum 22 september 2005

Uw kenmerk 2040518440

Antwoorden van de Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie op de vragen van het lid Vos (GroenLinks) over de gescheiden uitzetting van gezinnen. (Ingezonden 18 juli 2005; nr. 2040518440).

Vraag 1
Kent u de asieldossiers van enkele asielzoekers die geconfronteerd worden met gescheiden uitzetting van gezinnen?

Antwoord vraag 1
Van de 24 voorgelegde zaken zijn er 18 bekend bij de IND. De overige 6 dossiernummers zijn niet bekend en navraag leverde nog geen extra informatie op.

Vraag 2
Blijft u bij uw opvatting dat vreemdelingen die ervoor kiezen in Nederland een gezin te vormen, maar geen verblijfsrecht hebben in Nederland moeten terugkeren naar hun herkomstlanden om aldaar een MVV aan te vragen?

Antwoord vraag 2
Het vereiste van een machtiging tot voorlopig verblijf (MVV) vormt de basis van ons huidige systeem van legale migratie. Het beschikken over een MVV is één van de voorwaarden voor het verkrijgen van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd. De MVV moet in beginsel worden aangevraagd vóór de komst naar Nederland, vanuit het land van herkomst of het land van bestendig verblijf. Deze verplichting stelt de overheid in staat te onderzoeken of de vreemdeling aan alle voor toelating gestelde vereisten voldoet, zonder daarbij door diens aanwezigheid in Nederland voor een voldongen feit te worden geplaatst. De Vreemdelingencirculaire (Vc) stelt expliciet dat een MVV niet kan worden verleend om de binnenkomst in Nederland achteraf te legaliseren.

De wet voorziet in vrijstellingen, zodat in bepaalde gevallen een verblijfsvergunning niet behoeft te worden afgewezen wegens het ontbreken van een geldige MVV. Dat is ondermeer het geval wanneer het voor de betrokken vreemdeling, gelet op diens gezondheidstoestand, niet verantwoord is om te reizen, wanneer de vreemdeling slachtoffer of getuige-aangever is van vrouwenhandel, of wanneer naar het oordeel van de Minister het stellen van het MVV-vereiste zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard. Op grond van deze clausule is het mogelijk om in bijzondere individuele gevallen dan wel voor bijzondere groepen uitzonderingen te maken.

Naar mijn mening bestaat er geen fundamenteel onderscheid tussen vreemdelingen die nog in Nederland verblijven omdat bijvoorbeeld hun asielprocedure onsuccesvol is afgerond enerzijds, en gezinsvormers en gezinsherenigers die precies volgens de regels alle papieren in orde maken voordat ze naar Nederland komen anderzijds. Dat de personen in de eerste groep, puur vanwege de duur van hun verblijf in Nederland, de mogelijkheid hebben gehad hier relaties op te bouwen, verandert in beginsel niets aan dat standpunt. Een ander oordeel zou leiden tot oneerlijke behandeling van de tweede groep.

Vraag 3A
Op welke wijze kunnen personen volgens u gezinsleven in de zin van artikel 8 Europees Verdrag van de Rechten van de Mens (EVRM) uitoefenen indien één of meerdere leden van het gezin in Nederland mogen verblijven of zelfs genaturaliseerd zijn en één of meerder andere leden van het gezin Nederland moeten verlaten? Maakt het verschil of de gezinsvorm reeds vóór aankomst in Nederland bestond of dat de gezinsvorming hier in Nederland heeft plaatsgevonden?

Antwoord vraag 3A
Artikel 8 EVRM beschermt ondermeer het recht op familie- en gezinsleven. De beperking van dit recht, voor zover het een inmenging van enig openbaar gezag betreft, is slechts toegestaan indien het bij de wet is voorzien en in een democratische samenleving noodzakelijk is in het belang van de nationale veiligheid, de openbare veiligheid of het economisch welzijn van het land, etc.
Het verplichten tot het doen van een aanvraag voor een MVV in het land van herkomst of van bestendig verblijf kan slechts in beperkte mate inbreuk vormen op het familie- of gezinsleven. De jurisprudentie laat ook zien dat artikel 8 EVRM niet aan het stellen van het MVV-vereiste in de weg staat. Het maakt hierbij niet uit of het gezinshereniging of gezinsvorming betreft.

Natuurlijk kunnen de individuele omstandigheden zodanig zijn dat ik van mening ben dat het billijk is om van het MVV-vereiste af te zien en dus een beroep op de hardheidsclausule te honoreren. Dit houdt dan echter niet direct verband met artikel 8 EVRM. De omstandigheid dat een relatie al bestond voor de komst naar Nederland is daarvoor niet beslissend, maar kan wel meewegen in het complex van omstandigheden dat kan leiden tot het oordeel dat van het stellen van het MVV-vereiste moet worden afgezien. De feiten en omstandigheden die zouden kunnen leiden tot dat oordeel moeten wel door de vreemdeling zelf worden aangedragen en onderbouwd.

Vraag 3B
Deelt u de mening dat voor de personen die in Nederland zijn gehuwd de Wet Voorkoming Schijnhuwelijken ervoor zorgt dat getoetst wordt of het verkrijgen van een verblijfsrecht in Nederland de voornaamste reden is geweest om te huwen en dat, als daar geen sprake van is geweest, verblijf in Nederland op grond van artikel 8 EVRM zal moeten worden toegestaan? Zo nee, waarom niet?

Antwoord vraag 3B
In het eerste gedeelte van het antwoord op vraag 3 heb ik aangegeven dat het bestaan van een familierelatie voor of na de komst naar Nederland, in het algemeen geen doorslaggevende betekenis heeft bij de beoordeling van de vraag of de vreemdeling moet worden vrijgesteld van het MVV-vereiste. Ik deel daarom wel uw mening voor wat betreft het doel van de Wet Voorkoming Schijnhuwelijken, maar niet met het laatste deel van de zin, waarin wordt gesuggereerd dat wanneer het een ‘echt’ huwelijk betreft, verblijf per definitie moet worden toegestaan. Die lezing van artikel 8 EVRM wordt niet gestaafd door jurisprudentie.

Overigens is het wel zo dat ik met betrekking tot de zogenaamde ‘groep van 26.000’ een beleidsregel heb aangenomen, die speciaal ziet op relaties die reeds bestonden vóór de komst van de vreemdeling naar Nederland (Staatscourant 29 juni 2004, nr. 121/p.10). Deze regel heeft echter expliciet geen algemene werking en ziet slechts op vreemdelingen die vóór 1 april 2001 (dus onder de oude Vreemdelingenwet) een aanvraag hebben ingediend voor toelating als vluchteling en voorts aan alle overige voorwaarden voldoen voor de verlening van een verblijfsvergunning.

Vraag 4
Op welke wijze houdt u bij de beoordeling van verblijfsverzoeken van personen die een relatie hebben met een Nederlandse partner, waaruit kinderen zijn geboren, rekening met de specifieke belangen van die kinderen? Levert het uitzetten van (één van de) ouders en/of (één van de) kinderen niet een schending op van het VN-Verdrag inzake de Rechten van het kind? Zo neen, waarom niet?

Antwoord vraag 4
Bij de aanvraag voor een verblijfsvergunning worden de belangen omschreven in artikel 8 EVRM ambtshalve gewogen. De elementen die bij deze afweging een rol spelen komen voort uit de jurisprudentie die op basis van artikel 8 EVRM, artikel 3, Vierde Protocol bij het EVRM alsook op basis van bepalingen van het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het kind (IVRK) gevormd is. Deze afweging is gedetailleerd beschreven in mijn brief aan de Eerste Kamer van 15 juli 2004, aangevuld door mijn brief van 19 april 2005 naar aanleiding van een aantal vragen van de heer Van Beeten (Kamerstukken I 2003/04, 29 224, E; resp. Kamerstukken I 2004/05, 29 224, F). In de eerste brief heb ik een opsomming gegeven van omstandigheden die worden meegewogen, maar die geen van allen, op zichzelf genomen, concludent zijn.

Uit deze opsomming en de toelichting komt naar voren dat bij het maken van de belangenafweging, de belangen van de betrokken kinderen bijzonder gewicht toekomen. Uit het voorgaande blijkt echter ook dat het feit dat er kinderen zijn in een gezin niet automatisch kan leiden tot verblijfsrechten voor de ouders. Ook niet als de kinderen de Nederlandse nationaliteit hebben.

Overigens zij nog opgemerkt dat het IVRK de Nederlandse Staat geen verplichtingen oplegt die verder reiken dan wat nu reeds is voorzien in de nationale wetgeving en artikel 8 EVRM.

Vraag 5

Acht u het wenselijk dat uizetting van (één van de) ouders geëffectueerd wordt indien er minderjarige kinderen tot het gezin behoren aan wie een verblijfsrecht in Nederland is toegekend, maar die gezien hun prille leeftijd niet in hun eigen levensonderhoud kunnen voorzien en niet kunnen terugvallen op andere familieleden? Dreigt hier het gevaar dat gezinnen met jonge kinderen voor de keuze komen te staan om óf het gezinsverband te verbreken óf, ondanks het verblijfsrecht van (één van de) gezinsleden, het gezinsleven in het herkomstland voort te zetten? Acht u een dergelijke keuze aanvaardbaar? Zo ja, waarom?

Antwoord vraag 5
De beschreven keuze kan, onder bepaalde omstandigheden, aanvaardbaar zijn. In het antwoord op vraag 4 heb ik aangegeven welke elementen worden meegewogen bij de vraag of een vreemdeling op grond van artikel 8 EVRM aanspraak kan maken op een verblijfsvergunning. Eén van de elementen daarbij is de aanspraak van het kind op verblijf in Nederland en om alhier een opvoeding en opleiding te genieten. Indien echter vaststaat dat er geen objectieve belemmeringen bestaan om het gezinsleven in het land van herkomst van de ouder uit te oefenen of indien er een mogelijkheid bestaat het gezinsleven elders uit te oefenen, kan het voorkomen dat de ouders worden uitgezet, ondanks het verblijfsrecht van hun kinderen. Deze lezing van artikel 8 EVRM ontleen ik ondermeer aan de uitgebreide jurisprudentie van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens met betrekking tot deze materie.

Vraag 6
Deelt u de mening dat uitzetting van personen die geen verblijfsrecht in Nederland genieten in de gevallen waarin sprake is van een bestendige relatie en de partner en de eventuele uit de relatie geboren kinderen de Nederlandse nationaliteit hebben onwenselijk is? Zo neen, waarom niet?

Antwoord vraag 6
Voor het antwoord op deze vraag verwijs ik naar mijn brieven aan de Eerste Kamer, geciteerd in het antwoord op vraag 4. Daarin wordt uiteen gezet dat een kind met de Nederlandse nationaliteit weliswaar een ongeconditioneerd recht op verblijf in Nederland heeft, maar dat dit recht zich niet uitstrekt tot de (verzorgende) ouder van dat kind. Wel kan deze ouder, die niet de Nederlandse nationaliteit heeft, een aanvraag indienen om verlening van een verblijfsvergunning, waarbij omstandigheden zoals beschreven in het antwoord op vraag 4, worden betrokken. Het complex van omstandigheden zal in individuele gevallen bezien worden en zal leiden tot een afwijzing, dan wel inwilliging van die aanvraag.

Hetzelfde geldt in de omstandigheid dat een vreemdeling een relatie heeft met een Nederlander, zonder dat kinderen in het geding zijn. De overwegingen die dan een rol spelen hebben bijvoorbeeld betrekking op de mogelijkheid om het gezinsleven elders uit te oefenen.

Vraag 7
Bent u bereid om in de gevallen waarin sprake zal zijn van uitzettingen van personen die een partner of kinderen hebben met de Nederlandse nationaliteit én waarin controleerbare pogingen om reisdocumenten te bemachtigen mislukt zijn, waardoor het aanvragen van een MVV feitelijk onmogelijk is alsnog een verblijfsrecht in Nederland toe te staan? Zo neen, waarom niet?

Antwoord vraag 7
Deze vraag heeft weer betrekking op de mogelijke vrijstelling van het MVV-vereiste op grond van de zgn. hardheidsclausule uit artikel 3.71 lid 4 Vreemdelingenbesluit. Zoals is aangegeven in het antwoord op vraag 2 moet de vreemdeling zelf vragen om toepassing van dit artikel en moet hij dat verzoek met feiten en omstandigheden onderbouwen. Bovendien dient hij van die feiten en omstandigheden tenminste een begin van bewijs aan te leveren.

Indien de vreemdeling aantoont dat hij in de feitelijke onmogelijkheid verkeert om een MVV aan te vragen, kan ik hem op die grond vrijstellen van het MVV-vereiste. Dit garandeert overigens niet de uitkomst van de aanvraag om een verblijfsvergunning die op haar eigen merites beoordeeld zal worden.

Vraag 8
Bent u bereid voor de in vraag 1. genoemde individuele gevallen gebruik te maken van uw afwijkingsbevoegdheden en het verblijf bij hun partner en/of kinderen toe te staan, zonder hen het ontbreken van een MVV tegen te werpen? Zo neen, kunt u per geval waarin u geen gebruik maakt van uw afwijkingsbevoegdheden aangeven waarom niet?

Antwoord vraag 8
Er is in de beoordeelde gevallen (zie mijn opmerking bij vraag 1) een grondige en nauwkeurige beslissing genomen. In de door u genoemde zaken is er geen aanleiding gezien om af te wijken van het MVV-vereiste op grond van de hardheidsclausule.

Zonder in te gaan op de details van alle individuele zaken, wil ik opmerken dat niet aan alle zaken een asielverzoek ten grondslag lag, hetgeen wel werd gesuggereerd in de vraagstelling. Ook was niet in alle zaken reeds definitief op de eerste aanvraag beslist. De meeste zaken betroffen vreemdelingen die een reguliere aanvraag hebben ingediend, nadat zij waren uitgeprocedeerd in het asiel-traject. De reguliere aanvragen betreffen vooral gezinsvorming, maar ook gezinshereniging, studie en medische behandeling. In de meeste gevallen werd hierbij niet voldaan aan de geldende voorwaarden voor een reguliere aanvraag (met name het MVV-vereiste, paspoort, middelen). In enkele gevallen zijn ook de verschuldigde leges niet voldaan of is beroep gedaan op de hardheidsclausule zonder elementen aan te dragen die dat verzoek ondersteunen. Voorts is in enkele gevallen nog geen definitieve uitspraak gedaan over de reguliere verblijfsaanvraag. Op deze zaken kan ik uiteraard niet vooruit lopen. Tenslotte is in één zaak afgewezen op grond van het feit dat er ernstige redenen zijn om te veronderstellen dat betrokkene zich heeft schuldig gemaakt aan misdrijven tegen de menselijkheid.

De Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie,

bron:parlando
De brief van de minister n.a.v de vragen Dhr. Van de Beeten (CDA) staan hier: Het recht op verblijf in Nederland van de verzorgende ouder

Niet aangemeld Bekijk gebruikersprofiel Stuur privébericht Verstuur mail
belinda




Geregistreerd op: 17-12-2005
Berichten: 91

Leeftijd: 48
Partner:
suriname.gif

Sexe:Vrouw Maagd Tijger


Geplaatst: di 10 jan, 2006 15:06 Plaats een reactie Reageer met een quoteNaar de onderkant van de paginaNaar de bovenkant van de pagina
Onderwerp: Bericht

ach de pot op met Verdonk. in de tijd dat mijn prtner in vreemdelingenbewaring zat heb ik haar nog gesmeekt, en de terugkeer functionaris , om mij dan mee het land uit te knikkeren en de kinderen.

Niet aangemeld Bekijk gebruikersprofiel Stuur privébericht
oers
Moderator
Moderator



Geregistreerd op: 10-8-2004
Berichten: 11676


Partner:
blank.gif

Sexe:Vrouw  


Geplaatst: di 10 jan, 2006 15:40 Plaats een reactie Reageer met een quoteNaar de onderkant van de paginaNaar de bovenkant van de pagina
Onderwerp: Bericht Re: Verdonk: Gezinnen zouden niet van elkaar gescheiden word

Momenteel loopt er ook een actie Belinda

Zie: AKTIE: “Gezinnen worden niet uit elkaar gerukt”

Een ieder kan nog steeds zijn verhaal insturen.



:update: Het resultaat kan men hier vinden: Gezinnen worden niet uit elkaar gerukt

--------------------
Ook ons kind heeft recht op 'n gezinsleven in dit land,
al is papa een uitgeprocedeerd asielzoeker !

Verborgen Bekijk gebruikersprofiel Stuur privébericht
Berichten van afgelopen:  
Plaats nieuw bericht Plaats een reactie
Vorige onderwerp Email to a Friendprinter-vriendelijke versieLog in om uw privéberichten te bekijken Volgende onderwerp
U mag geen nieuwe onderwerpen plaatsen
U mag geen reacties plaatsen
U mag uw berichten niet wijzigen
U mag uw berichten niet verwijderen
U mag stemmen in opiniepeilingen
U kunt geen gebeurtenissen toevoegen in dit forum
U heeft geen toestemming om bijlagen toe te voegen in dit forum
U heeft geen toestemming om bestanden te downloaden uit dit forum